Groot Landelijk Event

Helpen bij verlies en verdriet in tijden van Corona

Parallelsessie 22 april: 14.10 - 14.40 uur

prof. dr. Manu Keirse, emeritus hoogleraar Faculteit geneeskunde KU Leuven

Manu Keirse heeft 51 jaar werkervaring als diensthoofd klinische psychologie, directeur patiëntenzorg, staatssecretaris Volksgezondheid in België en is  hoogleraar verlies en patiëntenbegeleiding. Tevens is Manu auteur van de boeken "Helpen bij verlies en verdriet" en "Kinderen helpen bij verlies".

 

 

 

Verlies en verdriet behoort, evenzeer als vreugde en verbondenheid, tot het leven van alle mensen. Verdriet is datgene wat men voelt als men wordt geconfronteerd met verlies van een dierbaar iemand of iets. In tijden van Corona is dat niet anders, de accenten liggen hooguit iets anders. Ook al is verdriet en verlies universeel en eigen aan mens zijn, toch hebben velen moeite om, als ze dit ervaren, hiermee om te gaan. Meer nog, mensen hebben grote moeite om naar medemensen in verdriet toe te gaan. Soms lijkt het alsof mensen zeer weinig weten over iets dat zo oud is als de mensheid en steeds tot het menselijk leven heeft behoord. Is het omdat verdriet zo weinig herkenbaar is? Is het omdat het zo verschillend wordt ervaren? Is het omdat mensen niet weten hoe ze hiermee om moeten gaan? Ook al is verdriet herkenbaar en universeel, het wordt in een grote variëteit beleefd door mensen. Het is als een vingerafdruk op een blad papier: herkenbaar door iedereen, maar toch nooit hetzelfde.

In deze bijdrage wordt ingegaan op verschillende vormen van verwerking en beleving, en op enkele modellen waarin deze door wetenschappers werden gegoten. Er werden heel wat modellen beschreven in fasen en stadia. Deze stadia en fasen werden verschillend beschreven, kregen verschillende benamingen, maar zijn onderling vergelijkbaar. Terecht werden deze modellen verlaten en vervangen door taken van rouwarbeid, een model dat beter toepasbaar is in de klinische praktijk. Stroebe en Schut hadden dan weer kritiek op dat model uitgewerkt in taken, omdat dit niet voldoende op wetenschappelijke evidentie is gebaseerd, omdat de concepten en processen niet voldoende helder omschreven en niet accuraat genoeg geoperationaliseerd zouden zijn. Zij ontwikkelden als antwoord het zogenaamde duaal proces model met drie constructen: verliesgeoriënteerde coping, herstelgeoriënteerde coping en de heen en weer beweging tussen beide oriëntaties. Daarnaast hebben we het over anticipatorische rouw, chronische rouw, niet erkend verlies en de verwerking ervan en nog vele andere modellen om rouw en verlies te vatten. Te veel om allemaal te noemen.

Hoe adequaat al deze modellen ook worden onderbouwd, verliezen worden ook nog eens verschillend beleefd naargelang ze ouders, kinderen, mannen, vrouwen, personen met een verstandelijke beperking betreffen. Ook de doodsoorzaak kan maken dat de accenten in beleving en verwerken duidelijk verschillen. Verlies door natuurlijke dood, na een langdurige ziekte, door ongeval, moord, medische fout,… kan telkens de verwerking zeer sterk beïnvloeden. Ook de leeftijd van de overledene (na enkele maanden zwangerschap, bij de geboorte, een kind, een volwassene, een hoogbejaarde,….) geeft een andere kleur aan de verwerking. Zijn er dan algemene richtlijnen te geven voor helpers in de rouw?